| Aantal zoekopdrachten | 1642 |
|---|---|
| Ingeschreven interimmers | 3618 |
U bevindt zich hier: Home > Nieuws > Meer nieuws > 2010 > 01 > De vergeten optie: minder werken
Nieuws
04/01/2010
De vergeten optie: minder werken
Er is iets bijzonders gaande op de arbeidsmarkt. En het Centraal Planbureau geeft het ruiterlijk toe: dat hebben we niet aan zien komen.
De werkloosheid loopt veel minder hard op dan gedacht. De huidige economische crisis in Nederland gedraagt zich anders dan voorgaande grote dips in de groei. In de zomer dacht het Centraal Planbureau (CPB) nog dat de werkloosheid in 2009 tot 5,5 procent zou oplopen. Maar die bleef steken op 5 procent. Dat verschil is nog klein. De raming voor 2010 zat er veel verder naast. In de zomer meldde het CPB 9,5 procent werkloosheid te verwachten voor het komende jaar. Nog geen zes maanden later is dat cijfer al gezakt naar 6,5 procent.
Het grote verschil laat zich eigenlijk simpel verklaren. Het werk is over meer mensen verdeeld dan gedacht. Anders dan waar de modellen kennelijk rekening mee houden, zijn er meer opties dan wel werken of niet werken: minder werken.
Dat valt te begrijpen uit de situatie op de Nederlandse arbeidsmarkt voordat de crisis uitbrak. Toen was er sprake van grote krapte. Werkgevers hadden moeite aan goed gekwalificeerd personeel te komen. Wie net de juiste mensen binnen heeft, zal ze niet snel laten gaan, ook niet als het even tegenzit. Want waar haal je daarna, als de economie weer aantrekt, die werknemers weer vandaan? Binnenhouden dus.
Vanwege de krapte was het overwerk gestaag gegroeid; deeltijders draaiden extra uren. Die extra werktijd heeft het personeel als eerste ingeleverd. Exacte cijfers daarover ontbreken nog, constateert het CPB, maar vast staat wel dat de inkomsten uit overwerk de eerste drie kwartalen van vorig jaar sterk zijn gedaald.
De voorheen krappe arbeidsmarkt had nog een ander effect. Het aantal werknemers dat voor zichzelf is begonnen, is enorm gegroeid. Die zelfstandigen zonder personeel, zzp’ers, konden in goede tijden kiezen uit de opdrachten, bijvoorbeeld in de bouw. Maar als het minder gaat, zijn ze als eerste de pineut. Eerst wordt minder werk uitbesteed, pas daarna loopt het vaste personeel gevaar.
Die zzp’ers melden zich niet snel als werkloze die meer dan 12 uur beschikbaar is voor een gewone baan. Alleen dan tellen ze mee in de statistieken. Over het algemeen zijn ze nog wel aan het werk, wel flink minder. Dat ze niet in de cijfers terugkomen wil niet zeggen dat het geen pijn doet. De last van de zzp’ers wordt ook wel het ’stille leed’ van deze crisis genoemd. Hoe snel de meesten van hen weer rendabel kunnen draaien, is nu nog niet te zeggen.
Verder is er natuurlijk de deeltijd-WW die een deel van de klappen opvangt. Sinds april kunnen werkgevers hun personeel voor een deel tijdelijk in de WW parkeren. De regeling is daarna nog verder opgerekt. Er zal bijna een miljard euro aan uitgegeven worden.
En dan is er nog het ’uitsteleffect’. Mensen die niet per se direct de arbeidsmarkt op hoeven, gaan nog even wat anders doen. Jongeren studeren langer door. Herintredende moeders stellen hun rentree uit.
Het lijkt er in deze crisis op dat de arbeidsmarkt flexibeler is dan gedacht, ook zonder forse aantasting van het ontslagrecht waarover jaren is gebakkeleid. Deels klopt dat. De landing van de economische terugval is relatief zacht, met als bijkomend voordeel dat de bestedingen beter op peil blijven.
Maar De Nederlandsche Bank (DNB) plaatst nog wel een kanttekening. Aan deze vormen van flexibiliteit zit een grens. Overwerk is op zeker moment wegbezuinigd. Daarnaast is er het risico dat deeltijd-WW ook niet-gezonde bedrijven op de been houdt. Dat is uitstel van ellende. Echt flexibel wordt het pas als er meer contracten met echt flexibele uren worden afgesloten.
In de horeca komt dat veel voor. Het conjunctuurgevoelige technologiebedrijf ASML is een hoogwaardiger voorbeeld daarvan. Dat bedrijf werkt met een ’urenbank’. In drukke tijden sparen werknemers uren, die ze in rustige tijden opnemen.
Maar zo’n flexibele arbeidsrelatie komt niet overal zomaar van de grond, constateert DNB terecht. Waar het in de horeca werknemers zelf vaak ook wel goed uitkomt flexibel te werken, zal dat elders moeilijker liggen. Bovendien moet de omgeving zich ook aanpassen, de kinderopvang bijvoorbeeld. Dat laatste zal nog niet gemakkelijk zijn. Als een gezin nu de kinderen op, pakweg, maandag, woensdag en vrijdag naar de opvang brengt, kan het eerst tijden op de wachtlijst staan voordat een dinsdag of donderdag is veroverd.
Op die manier flexibiliseren zal de arbeidsmarkt in 2010 dus niet helpen. Er zullen, ondanks de veel positievere ramingen, dus toch wel zo’n 100.000 werklozen bij komen dit jaar.
Bron: Trouw
Nieuws
-
Flexwerkers stromen massaal in
Nog geen twee jaar geleden verloren flexwerkers massaal hun baan.... (nieuws)
-
Werven en behouden van talent is nieuw bedrijfsrisico
Nu de economie opkrabbelt, beginnen bedrijven zich weer zorgen... (nieuws)
